Nederlands
Volledige site
Cannabis Social Club
Encod.org
European Coalition for Just and Effective Drug Policies (ENCOD)
Secretariat: Lange Lozanastraat 14 - 2018 Antwerpen - Belgium
Tel: +32 (0)3 293 0886
E-mail: info@encod.org

Beginpagina > Nederlands (nl) > BULLETINS > ENCOD BULLETIN 40

ENCOD BULLETIN 40

published maandag 31 maart 2008 13:51, door Martin Veltjen . update dinsdag 1 april 2008 19:23

Alle versies van dit artikel: [Deutsch] [English] [Español] [français] [Nederlands]

HET ENCOD BULLETIN OVER DRUGBELEID IN EUROPA

NR. 40 APRIL 2008

LESSEN UIT WENEN


Zonder tegenstellingen zou het leven ondraaglijk zijn. Een situatie waar één enkele waarheid alles overheerst zonder ooit in vraag gesteld te worden, wordt uiteindelijk onhoudbaar. De verdedigers van deze waarheid zullen de realiteit gewoon negeren, ze zullen arrogant worden en al wie het waagt zich kritisch op te stellen, proberen te vernederen. De verdedigers worden belichaamd door het VN Bureau voor Drugs en Criminaliteit, dat tot taak heeft de universele oorlog tegen drugs te voorzien van de nodige bestaansredenen. De tegenstanders van de oorlog tegen drugs zullen enkel in geloofwaardigheid, kracht en vastbeslotenheid winnen bij het aanklagen van de leugens waarop de oorlog tegen drugs is gebouwd.

Misschien is de belangrijkste les van de gebeurtenissen in Wenen (De Drugvredesdagen van 7 tot 9 maart en de vergadering van de VN Commissie voor Verdovende Middelen van 10 tot 14 maart) dat er van boven geen hulp te verwachten is. Als we een ander drugbeleid willen, moeten we niet alleen praten, maar ook doen. We moeten politiek activisme combineren met nieuwe, praktische oplossingen voor mensen in nood. Dit is dé manier om een burgerbeweging op gang te brengen die zich tot doel stelt een einde te maken aan een beleid dat miljoenen investeert in nutteloze repressie in plaats van in voorlichting en gezondheid.

De Drugvredesmars naar het Vienna International Centre, de zetel van UNODC, was vooral een symbolisch gebaar, gezien de 400 deelnemers. Maar bij elke stap over de bruggen van de Donau, wisten we dat miljoenen mensen, die om verschillende redenen niet in Wenen konden geraken, met ons mee stapten. Onze voetstappen werden zwaarder door de dagelijkse tragedies van het drugverbod. Tegen de tijd dat we het VN gebouw bereikten, zagen we de afgevaardigden die de volgende dagen in het gebouw zouden vergaderen als een kleine minderheid die misdaden moet begaan om haar priviléges te beschermen. Natuurlijk moeten er de volgende keer veel meer mensen meelopen. Met een beter georganiseerde pers- en publiciteitscampagne en betere communicatie moet het mogelijk zijn om de mensen uit hun zetels te krijgen en het verzet tegen de leugens die de oorlog tegen drugs rechtvaardigen, te organiseren.

Wie zocht naar inspiratie voor dit verzet kon die zeker halen bij de Drug Peace Conference in auditorium C van de Weense universiteit op zaterdag 8 en zondag 9 maart. In 7 zittingen van elk 2 uur deden de sprekers uit de doeken waarom drugs verboden zijn en wezen tegelijkertijd op de talrijke voordelen van een wereld zonder drugverbod.

Peter Webster (The Psychedelic Library) begon met de stelling dat psychedelische middelen wel eens een beslissende rol zouden hebben gespeeld bij het evolutieproces van aap naar mens. Godsdienstige overheden, en later ook politieke overheden, gebruikten het verbod om opzettelijk het xenofobe instinct, een natuurlijke reflex die “de buitenstaander” aanduidt, in mensen aan te wakkeren. Vandaag is het drugverbod niet meer dan een middel om de wereld te controleren, een dogmatische basis voor een beleid dat al meermaals mislukte in het bereiken van de gestelde doelen. Zolang drugs als een algemene externe bedreiging worden gezien, is er weinig hoop op beterschap. Uiteindelijk zou wel eens kunnen blijken dat de gevoel van eenheid en verbondenheid met alle leven, de enige effectieve remedie is tegen het “verbodsinstinct”.

Clifford Thornton (Efficacy) zette zijn theorie uiteen waarbij de oorlog tegen drugs rustte op 3 zuilen: hebzucht, angst en openlijk racisme. Hebzucht wordt gezien als kenmerk van de meeste drugdealers, maar ook bij de drugbestrijders, artsen, politiemensen en politici is het een opgemerkte eigenschap: de voorbije 4 decennia werd er alleen in de VS bijna 1000 miljard dollar uitgegeven aan de handhaving van de drugwetten. Angst wordt verspreid door mensen die de gevaren van drugs overdrijven terwijl ze opzettelijk de hoofdredenen negeren die mensen opgeven voor hun druggebruik: het verbeteren van positieve ervaringen en het milderen van slechte ervaringen. In de praktijk komt de oorlog tegen drugs meestal neer op openlijk racisme, zoals blijkt in de VS waar slechts 12% van de bevolking zwart is terwijl 50% van de gevangenen zwarten zijn. Tweederde van hen zitten vast voor drugfeiten. Als de blanke bevolking aan hetzelfde drugverbodsregime zou onderworpen worden, zou er binnen de kortste keren luid geprotesteerd worden en zou men een onmiddellijk einde van dit beleid eisen. Op het ogenblik blijft men meer geld uitgeven aan repressie in plaats van aan opvoeding en welzijn, en zo blijft een groep mensen in een hoekje geduwd waar ze weinig alternatieven hebben dan hun chaotische levensstijl verder te zetten.

Openlijk racisme vinden we ook terug in de verklaringen van UNODC directeur Antonio Maria Costa en INCB voorzitter Philip Emafo, die de Boliviaanse en Peruviaanse regeringen in de week voor de CND vergadering opriep om het traditionele gebruik van cocabladeren te verbieden omdat dit kon worden gezien als een vorm van drugafhankelijkheid. De Boliviaanse antropologe Beatriz Negrety Condori verklaarde dat deze beweringen eigenlijk een belediging zijn aan het adres van de inheemse volkeren die al cocabladeren gebruiken sinds de laatste 5000 jaar. Voor de originele inwoners van de Andes zijn de cocabladeren niet alleen een voedselsupplement, energiebron en medicijn, maar vooral een centraal element in hun sociale relaties en culturele identiteit. De huidige Boliviaanse president, Evo Morales, voert een actief beleid om de verwerking van cocabladeren tot nuttige producten te steunen. Als het cocablad van de lijst met verboden drugs geschrapt wordt, kan het een middel worden voor de duurzame ontwikkeling van de Andes in plaats van een voortdurende bron van geweld.

Als de VN drugambtenaren zonder verpinken regeringen uitdagen, zoals in het geval Bolivië, wat zijn dan de kansen voor burgerverenigingen om serieus genomen te worden op het hoogste niveau van het drugdebat? Virginia Montañes en Joep Oomen (ENCOD) beschreven de vooruitzichten van de zogenaamde “consultatie van de burgermaatschappij”, opgezet door de VN en de EU om de niet-gouvernementele actoren in het drugbeleidsveld in de discussie te betrekken. De agenda van deze vergaderingen wordt bepaald door UNODC en een klein clubje drugverbodsvriendelijke NGO’s die nauwe banden onderhouden met dit bureau. Bij deze consultaties zijn er geen vertegenwoordigers van cannabis-, coca- of opiumproducenten en zo goed als geen basisorganisaties. De vergaderingen zijn zo georganiseerd dat het bespreken van de essentiële kwesties onmogelijk wordt gemaakt. ENCOD kan deze vergaderingen blijven volgen, maar we mogen er niet te veel van verwachten. Alleen door verder te werken aan de slagkracht van concrete praktische oplossingen voor dringende behoeften kunnen we de echte alternatieven van burgers op tafel leggen als antwoord op het huidige, geldverslindende en inefficiënte drugbeleid.

Martin Barriuso van de vereniging Pannagh uit Bilbao stelde ons één van de alternatieven voor. Pannagh produceert goede kwaliteitscannabis tegen een redelijke prijs voor zijn 230 ingeschreven leden, waarvan 60% cannabis gebruikt voor therapeutische doeleinden. Ze houden nog genoeg geld over om een fatsoenlijk salaris, belastingen, kantoorruimte en al het nodige te betalen voor Martin. De Spaanse justitiële overheid heeft het bestaan van deze en andere verenigingen van volwassenen die kweken voor eigen gebruik, erkend. Cannabis Social Clubs zijn gezondheidsbevorderende, misdaadvoorkomende initiatieven die niet strijdig zijn met VN conventies. Deze conventies spreken zich niet uit over persoonlijk gebruik – nationale regeringen kunnen zelf beslissen om dit te verbieden of te reguleren. In elk land waar persoonlijk gebruik niet vervolgd wordt, kunnen mensen in principe een Cannabis Social Club beginnen. De Tsjechische Republiek zou wel eens zo een land kunnen worden, omdat het land op het punt staat de wetgeving voor persoonlijk gebruik te versoepelen onder druk van een wijdverspreide aanvaarding van het fenomeen bij de bevolking.

Cannabis telen op voor de overheid aanvaardbare manieren, wordt vooral interessant voor mensen die cannabis gebruiken voor medicinale doeleinden. Dr. Kurt Blaas uit Wenen beschreef de geschiedenis en toepassingen van medicinale cannabis voor een lange lijst van gezondheidsproblemen. Dat cannabis het immuunsysteem en de eetlust verbetert, is inmiddels al voldoende wetenschappelijk onderbouwd. Synthetische cannabis zoals Sativex, Dranabinol en Marinol zijn verkrijgbaar onder licentie in verschillende Europese landen terwijl er nog nieuwe producten ontwikkeld worden. In Nederland kweekt een bedrijf cannabis voor officiële verkoop aan Nederlandse en Italiaanse patiënten. De makkelijkste en goedkoopste manier blijft uiteindelijk de thuisgekweekte cannabis. Het zal enkel een kwestie van tijd zijn voor lokale rechters begrip zullen tonen voor de situatie van deze patiënten.

De presentatie van Raimondo Pavarin (drugonderzoeker uit Bologna) hielp enkele mythes over de schadelijkheid van cannabis uit de wereld te helpen. In zijn onderzoek vond hij geen enkele basis voor de bewering dat cannabis leidt tot zwaardere drugs met een groter risico op negatieve gevolgen voor de gezondheid. Verder is het risico op overdosis bij cannabis wel degelijk onbestaande en niets wijst op een grotere mortaliteit bij cannabisgebruikers. Collega Peter Rausch (Nektar at) legde uit dat we niet kunnen bestaan zonder functionerende endocannabinoïden (actieve elementen die lijken op de actieve elementen van cannabis, maar die van nature in onze hersenen aanwezig zijn). Zij helpen bij de regeling van onze bewegingen, ontspanning, ons hongergevoel, onze creativiteit en ons geheugen en humeur. Volgens Peter is het enkel een kwestie van tijd voor cannabis erkend zal worden als oplossing voor verschillende problemen die de gezondheid en het welzijn van mensen beïnvloeden. Hiermee zal dan een einde komen aan de oorlog tegen wiet.

Iets gelijkaardigs kan er gebeuren met Ibogaine, het actieve ingrediënt in iboga uit de wortels van een plant uit Centraal Afrika. Iboga experten Dana Beal, Boaz Wachtel en Patrick Venulejo gaven een technisch gedetailleerd beeld van de manier waarop deze stof er in slaagt onthoudingsverschijnselen bij nicotine-, alcohol-, maar ook cocaïne- en opiaatverslaving te minimaliseren. Het regulerende effect op het dopamineniveau in de hersenen (die door verscheidene drugs worden onderdrukt) door het inbrengen van een groei factor (gdnf) is zelfversterkend doordat ibogaine informatie achterlaat die het lichaam aanzet tot het maken van nog meer gdnf.

Iboga therapieën zijn een geslaagde behandeling voor verslaving en afwijkingen veroorzaakt door trauma’s of psychologische problemen. Nochtans blijkt er geen interesse te zijn van de farmaceutische industrie om de therapie op te nemen in het officiële gezondheidssysteem. Waarschijnlijk is dit omdat dit te weinig financieel voordeel zou opleveren, het echte belang van ons gezondheidssysteem ligt blijkbaar niet bij het oplossen van verslavingsproblemen.

De Franse journalist Jacques de Schryver vertelde over zijn persoonlijke ervaring met iboga in Frankrijk en Afrika. Deze ervaringen leerden hem hoe hij beter om kon gaan met tegenslagen en hoe hij in moeilijke situaties toch nog toekomstperspectieven kan vinden. De dingen voelen nieuw, duidelijk en eenvoudig na het innemen van ibogaïne. Het versterkt je persoonlijkheid, dus brengt het zowel het goede als het slechte van jezelf in je naar boven. Dit is geen drug voor recreatief gebruik.

Het onmiddellijke effect van dit alles op de vergadering van de CND (10 tot 14 maart) was beperkt, zoals te verwachten was. In de CND worden de beslissingen genomen met algemene consensus, dus unaniem. Hierdoor kan de VS, geholpen door zijn economische macht en zijn bedreigingen aan het adres van landen afhankelijk van ontwikkelingshulp, eenvoudig elke consensus verhinderen terwijl ze andere landen wel kunnen dwingen akkoord te gaan met hun voorstellen. Al voor de vergadering begon, was duidelijk dat de “consensus” gevormd was rond een degelijk excuus voor de totale mislukking van de strategie die de laatste tien jaar werd gebruikt om het drugfenomeen te verminderen. Dit excuus is de introductie van het begrip “containment” (inperking) en de invoering van het “jaar voor reflectie” om een na te denken over de te nemen beslissingen op de CND vergadering van 2009.

“Tijdens het vijfdaagse evenement zag je meer en meer groepen goedgeklede mannen en vrouwen van over de hele wereld in gangen staan of zitten dichtbij de koffie- en broodjesstand, terwijl ze teksten, ontwerpverklaringen en –resoluties bespraken. De eindfase was immers in zicht en het werd tijd dat er een consensus werd bereikt over elke afzonderlijke tekst. Meestal ging het hierbij om details, maar in deze papierberg zaten ook bijdragen met werkelijke inhoud”, schrijft ENCOD afgevaardigde Freek Polak van Stichting Drugbeleid uit Nederland in zijn verslag.

Op eigen houtje probeerde Polak een duidelijk antwoord te krijgen van UNODC directeur Costa op het feit dat het cannabisgebruik in Nederland lager is dan in veel andere landen hoewel cannabis heel makkelijk en risicoloos beschikbaar is voor Nederlandse volwassenen. Costa weigerde te antwoorden en legde later een verklaring af waarin hij de deelnemers van een drugbeleidshervormingsconferentie in de VS beschreef als “gekken”, terwijl hij de burgermaatschappij aanspoorde “om consumentenboycotts tegen modehuizen, platenmaatschappijen en sportmerken die werken met beroemdheden die rots zijn op hun drugverslaving in plaats van er beschaamd voor te zijn, te promoten”.

Nu dat UNODC zijn ware gelaat toont met beledigingen voor burgers die kritische vragen stellen of die conferenties bijwonen en ook maar hun best doen om bij te dragen aan een oplossing voor de drugproblemen, wordt het duidelijk dat diplomatieke inspanningen niet voldoende zullen zijn om het drugbeleid te hervormen. We moeten ons uiterste best doen om de discussie rond alternatieven voor het drugverbod op de agenda te krijgen. Als we dit niet doen zullen de rampzalige gevolgen van het drugverbod voortduren, hier en daar een beetje verzacht, maar in andere landen mogelijk in nog extremere vormen.

Onze plannen voor Wenen 2009 zullen vertrekken van de conclusie dat UNODC een waardige tegenstander uit de burgermaatschappij nodig heeft. Terwijl de Verenigde Naties nadenken, zal ENCOD met zijn leden blijven werken voor het recht om de middelen te gebruiken die ze noodzakelijk vinden om hun welzijn op peil te houden of te verbeteren.

Door Joep Oomen (met hulp van Peter Webster)

N.B.

ENCOD HEEFT JOUW STEUN NODIG:

Rekeningnr.: 001- 3470861-83 t.a.v. ENCOD vzw - België

Bank: FORTIS, Warandeberg 3, 1000 Brussel

IBAN: BE 14 0013 4708 6183

SWIFT: GEBABEBB

Dit artikel beantwoorden

Overzicht van de site | Privé-site SSL NO SSL | WebMail SSL NO SSL | SPIP | Valid XHTML 1.0 Strict debate mention layered origin recalled
debate mention layered origin recalled
debate mention layered origin recalled
debate mention layered origin recalled