Nederlands
Volledige site
Cannabis Social Club
Encod.org
European Coalition for Just and Effective Drug Policies (ENCOD)
Secretariat: Lange Lozanastraat 14 - 2018 Antwerpen - Belgium
Tel: +32 (0)3 293 0886
E-mail: info@encod.org

Beginpagina > Nederlands (nl) > BULLETINS > ENCOD BULLETIN 41

ENCOD BULLETIN 41

published woensdag 30 april 2008 00:49, door Martin Veltjen . update maandag 12 mei 2008 21:42

Alle versies van dit artikel: [Deutsch] [English] [Español] [suomi] [français] [Nederlands] [Português]

HET ENCOD BULLETIN OVER DRUGBELEID IN EUROPA

NR. 41 MEI 2008

DE FRONTLINIE


De hervorming van het drugbeleid komt eraan, maar ze komt in vertraging. In de nasleep van de VN vergadering in Wenen afgelopen maand, wordt het voor alle betrokkenen langzaam maar zeker duidelijk dat het verbodsbeleid bankroet is. Zelfs UNODC directeur Antonio Maria Costa ontdekte dat zijn onbezonnen kruistocht wel eens zou kunnen mislukken toen zijn mailbox overspoeld werd met berichten met dezelfde vraag die ENCOD’s Fredrick Polak stelde in Wenen: "“Hoe komt het dat in Nederland, waar cannabis toegankelijk is voor elke volwassene die het wenst te gebruiken, het cannabisgebruik lager ligt dan in de omringende landen bij volwassenen en ook bij 15/16 jarigen?" Deze vaststelling spreekt duidelijk de veronderstelling tegen dat het cannabisverbod het gebruik van cannabis zou verminderen.

Costa antwoordde niet op de vraag omdat hij het niet kon of omdat hij het niet wilde. Maar misschien inspireerde het hem wel tot zijn werkbezoek aan Amsterdam op 22 april, waarbij in zijn agenda ook een bezoek aan coffeeshop De Dampkring in het centrum werd afgewerkt. Paul, de eigenaar van de Dampkring, vertelde Costa: “Ja, je zou mij kunnen beschouwen als een crimineel, en volgens de letter van de wet ben ik dat misschien. Maar zo voel ik me in elk geval niet. Ik voel me eerder een wijnverkoper. Ik ben trots op wat ik verkoop aan de mensen, ik ben zelf ook cannabisgebruiker en ik wil dat mijn klanten kunnen genieten van een gezond produkt.” Costa heeft dan toch deze woorden gehoord. We zullen snel weten of hij ook begrijpt wat ze betekenen.

Een andere frontsoldaat van de “oorlog tegen drugs”, Hans Van Duijn voorzitter van de grootste Nederlandse politievakbond, verklaarde openlijk dat hij vindt dat de er een einde moet komen aan de “oorlog tegen drugs”. De middelen die de politie moet investeren in het gevecht tegen drugs zijn niet te rechtvaardigen tegenover de behaalde resultaten, zegt Van Duijn, terwijl andere vormen van criminaliteit net te weinig aandacht krijgen. Van Duijn maakt hier natuurlijk handig gebruik van het feit dat hij volgende maand met pensioen vertrekt, zodat Minister van Justitiie, Hirsch Ballin (christendemocraat), niet meer hoeft te reageren op zijn uitdagende stelling. Maar toch.

Het feit dat regeringen niet kunnen antwoorden op de vraag waarom hun beleid niet overeenstemt met de realiteit, roept weer een andere vraag op: hoe is het ooit zover kunnen komen? Onze democratische systemen moeten wel ernstig haperen als verkozen vertegenwoordigers er niet in slagen een beleid dat gebaseerd is op mythen te verbeteren, zelfs als de verantwoordelijke uitvoerders van dit beleid hen dit vertellen.

Op 22 april keurde het Europese Parlement een rapport goed over het (initiatief van de Europese Commissie om een dialoog over het drugbeleid) te beginnen met burgerorganisaties. De bedoeling van deze dialoog, volgens het Europees Parlement, is “een rechtstreeks contact te leggen met verenigingen die in de frontlinie staan bij het gevecht tegen drugs op het gebied van preventie en behandeling.”

ENCOD werd in 1993 gesticht om de betrokkenheid van burgers bij het officiële drugsdebat in de Europese Unie te vergroten. De afgelopen 15 jaar hebben we geprobeerd een dialoog te organiseren tussen beleidsmakers, parlementsleden en de burgerorganisaties die werkzaam zijn in het drugveld in Europa, om gemeenschappelijk eens vast te stellen wat “het drugprobleem” nu eigenlijk inhoudt.

Deze overlegmomenten zijn nooit doorgegaan. Soms werden sommigen van ons uitgenodigd op ‘hun’ conferenties, of sommigen “van hen” verschenen op ‘onze’ conferenties. Maar op de momenten dat er echt sprake was van een concrete dialoog, kwam je tot de conclusie dat het officiële verhaal niet echt geloofwaardig is. Deze ervaringen worden deel van het individuele en het collectieve geheugen, en helpen bij de opbouw van de kritische massa die nodig is om het tij te kunnen keren.

De vraag is of de dialoogmomenten die we ons 15 jaar geleden voorstelden ooit een realiteit zullen worden. ENCOD zal blijven deelnemen aan het Burgermaatschappij Forum (waarvan de tweede zitting doorgaat op 20 en 21 mei). Per jaar is er 3 miljoen euro voorzien om de betrokkenheid van de burgermaatschappij bij het drugbeleid te financieren. De manier waarop de Commissie van plan is dit geld uit te geven, maakt al duidelijk welke richting deze dialogen zullen uitgaan.

Tussen 10 maart en 14 april hadden organisaties minder dan 20 werkdagen om de 25 pagina’s tellende aanvraag correct in te dienen om in aanmerking te komen voor fondsen van de kredietlijn van Drugpreventie en Informatie. Wie op de hoogte is van het systeem weet dat alleen professionele fondsenwervers deze taak tot een goed einde kunnen brengen in zo korte tijd. Bijgevolg zullen alleen professionele organisaties die al werken met overheidssteun van deze steunfondsen kunnen genieten. De meeste van deze organisaties zijn verslaafd aan de gevaarlijkste drug ooit: belastingsgeld. Ze zijn dan ook niet geneigd om de Europese Commissie lastig te vallen met moeilijke vragen.

Het Europese Parlement heeft verklaard dat het betreurt dat het selectieproces voor deelname aan het dialoogproces niet echt transparant was. Het moedigt de Commissie dan ook aan om iets aan dit probleem te doen. In een brief aan ENCOD, wast Carel Edwards, hoofd van Antidrug Eenheid van de Commissie, zijn handen in onschuld: “de manoeuvreerruimte voor de Commissie is erg beperkt door het feit dat vooral de lidstaten de meeste sleutels in handen hebben wat het drugbeleid betreft.”.

Voor het overig is het rapport van het Europees Parlement (EP) nogal verwarrend. Het lijkt meer op een poging om ‘politiek correct’ te blijven: het EP wil dat “de burgermaatschappij manieren zoekt om het gebruik van stoffen gewonnen uit cocabladeren voor legaal gebruik te bevorderen”, maar tegelijk wil het “de mogelijkheid onderzoeken om illegale papaverplantages te besproeien met middelen die niet schadelijk zijn voor mens, dier en milieu.”.

Het interessantste punt in het rapport lijkt de “oproep aan het EU Bureau voor Grondrechten om een analyse te maken van de effecten van het anti-drug beleid en na te gaan hoe efficiënt dit beleid is en om na te gaan of bij de toepassing van dit beleid inbreuken worden gepleegd op individuele rechten."

Als elke gebruiker van illegale drugs in Europa het feit zou aanklagen dat de illegaliteit van zijn voorkeursproduct een inbreuk vormt op zijn individuele rechten op gezondheid, non-discriminatie, geloof, een waardig leven, etc…, dan zou het Bureau voor Grondrechten al snel kantoorruimte te kort komen. Zij zetelen ook in Wenen. Misschien is er nog wat plaats vrij in het bureau van mr. Costa …

Door Joep Oomen (met de hulp van Peter Webster)

N.B.

ENCOD HEEFT JE STEUN NODIG:

Account: 001- 3470861-83 Att. ENCOD vzw - Belgium

Bank: FORTIS, Warandeberg 3, 1000 Brussels

IBAN: BE 14 0013 4708 6183

SWIFT: GEBABEBB

Dit artikel beantwoorden

Overzicht van de site | Privé-site SSL NO SSL | WebMail SSL NO SSL | SPIP | Valid XHTML 1.0 Strict are work up similarly in
are work up similarly in
are work up similarly in
are work up similarly in