ENCOD BULLETIN 43published donderdag 4 september 2008 01:08, door Martin Veltjen . update donderdag 4 september 2008 02:06 Alle versies van dit artikel: [Deutsch] [English] [Español] [français] [magyar] [Nederlands]HET ENCOD BULLETIN OVER DRUGBELEID IN EUROPA NR. 43 SEPTEMBER 2008 BUITEN DE LIJNTJES Het einde van de zomer 2008 is een goed tijdstip om even stil te staan bij de vraag hoe we onze inspanningen als platform van Europese burgers die de wereldwijde oorlog tegen drugs willen stoppen, kunnen verderzetten. Zowel de resultaten van een bevraging van de ENCOD leden, het resultaat van de Algemene Vergadering in Vitoria afgelopen juni, als de ervaringen van ENCOD vertegenwoordiger Freek Polak bij het ‘Beyond 2008’ Forum dat doorging in Wenen van 7 tot 9 juli, schetsen een betrouwbaar beeld van onze toekomstige opties om tot een fundamentele hervorming van het drugbeleid te komen. Het ligt voor de hand dat deze mogelijkheden eerder beperkt zijn. Wereldwijd is er geen regering te vinden die werk wil maken van “een rechtvaardig en effectief drugbeleid”, een beleid dat zich toespitst op gezondheid en maatschappelijke noden in plaats van wetshandhaving. Dit is deels te wijten aan de neoconservatieve wind die door de westerse politieke- en zakenwereld waait, en aan de medeplichtige media in de zogenaamde oorlog tegen de terreur. Maar ook de mensen die de afgelopen tien jaar de eensgezindheid rond de VN drugconventies in vraag stelden en er niet in slaagden een samenhangende strategie te bedenken waarrond mensen zich kunnen verenigen, dragen verantwoordelijkheid. Toen de Verenigde Naties in 1998 verklaarden dat zij de vraag en het aanbod van drugs drastisch zouden verminderen, waren veel mensen van twee dingen overtuigd: dit beleid zou één grote mislukking worden en 2008 zou een keerpunt worden in de geschiedenis van het drugbeleid. Zij kregen gelijk bij de eerste veronderstelling, maar ongelijk bij de tweede. Hierdoor zijn veel drugbeleidshervormers vandaag verdeeld en/of ontmoedigd.
Zelfs onder de 150 ENCOD leden zijn er veel verschillende meningen en belangen die spelen, en dat is één van de uitdagingen waarmee we vandaag geconfronteerd worden. Over het algemeen heerst bij de leden het gevoel dat de acties en deelname aan officiële evenementen toch nodig en nuttig zijn, ook al leveren ze weinig directe resultaten op. ENCOD is het enige Europese netwerk dat de mensen vertegenwoordigd die het drugverbod aanduiden als de hoofdoorzaak van druggerelateerde problemen. Maar hoe komen we tot een doelgerichte strategie op een manier die de kwaliteit en de zichtbaarheid van ons argument verbetert? Op de Algemene Vergadering omschreven wij onze strategie als “het uitwerken van realistische voorstellen voor een rechtvaardig en effectief drugbeleid”. Deze voorstellen zijn stappen die burgers en regeringen kunnen nemen om langzaam het verbod te vervangen met beleidsmaatregelen die gericht zijn op gezondheid en welzijn. Dit kan op wereldschaal, door bijvoorbeeld in te gaan op de vraag van cananabis-, coca- en opiumboeren in Azië, Afrika en Latijns-Amerika die graag een legale markt willen voor hun product, in plaats van aangevallen of gemanipuleerd te worden door de overheid of criminele organisaties. Het kan ook op een meer plaatselijk niveau, zoals bij de Cannabis Social Clubs , waarvan de toepassing kan uitgebreid worden naar andere genotsmiddelen, afhankelijk van de wettelijke en logistieke beperkingen. Maar omdat de gesprekken voor en tijdens de Algemene Vergadering soms draaiden rond relatief minder belangrijke zaken, verloren we uit het oog dat we belangrijke beslissingen moesten nemen, zoals het uitwerken van concrete richtlijnen voor Freek Polak die ENCOD vertegenwoordigde op het ‘Beyond 2008’ forum in Wenen twee weken nadien. Het doel van de organisatoren van dit forum, het in Wenen zetelende NGO Comité verbonden aan het VN Bureau voor Drugs en Criminaliteit (UNODC) was een consensus te bereiken tussen de ongeveer 300 aanwezige NGO’s over een resolutietekst die de ministeriële top in maart 2009 wil beïnvloeden bij de goedkeuring van een ‘nieuwe’ wereldwijde drugstrategie voor de volgende (10, 20, 25?) jaar. Om de vergadering te kunnen bijwonen moesten NGO’s een ingewikkeld bureaucratisch proces doorlopen en onderweg de fondsen verzamelen om de reis- en verblijfskosten van hun vertegenwoordigers te betalen. Voor de echte basisorganisaties werd het dus zeer moeilijk of onmogelijk om deel te nemen aan het forum. Het grootste deel van de in Wenen aanwezige organisaties werd dan ook gefinancierd door regeringen en privé-instellingen die ofwel de VN-conventies steunen of die tenminste aanvaarden dat ze legitiem zijn. Bijna niemand in de zaal nam het rechtstreeks op voor de burgers die het hardst getroffen worden door het drugbeleid: kleinschalige kwekers van verboden planten, of gebruikers van verboden middelen. Bovendien was het forum georganiseerd als een doorslagje van de vergaderingen van de Commissie voor Verdovende Middelen (CND) die elk jaar in maart regeringsvertegenwoordigers ontvangt. De besluiten worden al op voorhand genomen. Als tijdens de vergadering blijkt dat 2 standpunten elkaar uitsluiten, zonder dat er een compormis mogelijk is, gaat de voorzitter toegevingen afdwingen. Als dat ook onmogelijk blijkt, wordt de kleinste partij in het meningsverschil onder druk gezet om toch een of andere compromis te aanvaarden. Het is mogelijk om de consensus te doorbreken, maar dat leidt ertoe dat je niet langer wordt ingedeeld bij de groep deelnemers die gezien wordt als “verantwoordelijk”.
"Dus we zijn het er nu over eens met negen stemmen voor en een stem tegen dat ons vorige besluit unaniem is goedgekeurd"Doordat ze op deze manier georganiseerd is, is deze raadpleging vooral goed voor organisaties die mooi binnen de opgegeven lijntjes blijven. Hun houding tegenover het drugbeleid sluit aan bij de algemene officiële doctrine die zegt dat het drugverbod een geschikt en gerechtvaardigd middel is om ‘illegaal’ druggebruik in te perken. Met ‘illegaal’ bedoelt men dan elk gebruik dat niet als ‘medisch’ of ‘wetenschappelijk’ wordt gezien. Binnen deze algemene overtuiging zijn er misschien verschillen die leiden tot discussies over woorden of zinnetjes, maar men komt nooit tot de kern van de zaak. Het drugverbod blijft stevig op zijn plaats, en wordt zelfs gerechtvaardigd door een veronderstelde ‘raadpleging’ van een zogezegde ‘burgermaatschappij’. Het forum werd het eens over een eindtekst die de schadelijke effecten van het bestaande drugcontrelebeleid erkent en een volledige invoering van principes rond schadebeperking en mensenrechten bij dit beleid eist. De hoofdoorzaak van druggerelateerde schade en mensenrechtenschendingen in het drugbeleid blijft echter het feit dat drugs verboden zijn, een oorzaak die niet eens besproken werd. Voor organisaties die hopen financiële of andere voordelen over te houden aan hun relatie met de Verenigde Naties, was dit forum een succes. Organisaties met een politiek doel, zoals ENCOD en anderen die gezien hebben hoe mensen dagelijks geraakt worden door het mislukken van het huidige drugbeleid, hebben het niet makkelijk om dit soort ontmoetingen te verzilveren. We zijn niet zoals de professionele lobbyisten die niet vertrouwd zijn met de dagelijkse realiteit waarin mensen leven die dit beleid ondergaan. Wij zijn niet zoals de mensen die wel degelijk op de hoogte zijn van de situatie, maar die de kaken op elkaar houden als het er op aankomt om een realistisch, en geen ideologisch, standpunt te verdedigen meestal omdat er persoonlijke of politieke belangen meespelen. Het centrale strijdpunt voor ENCOD en de 150 organisaties was, en is nog steeds, alternatieven voor het drugverbod op de agenda van het CND en individuele landen krijgen. Wij zijn er niet in geslaagd dit hard te maken bij het ‘Beyond 2008’ forum, vooral door de manier waarop het forum georganiseerd was. Als Freek Polak de vergadering zou hebben verlaten, dan hadden de andere deelnemers in geen tijd een consensus bereikt, omdat alleen wij of een kleine groep gelijkgezinde organisaties een afwijkend standpunt innamen. Maar door de ervaring in Wenen hebben we wel de grenzen kunnen vaststellen van een ‘burger lobby’ strategie. We moeten ook verder werken met andere actiemiddelen, ondanks de enorme oppositie die gevoerd wordt, ondanks het gebrek aan middelen en zelfs politieke bondgenoten. Het feit dat we nog altijd bestaan sinds onze oprichting in 1993 wijst erop dat we een belangrijke maatschappelijke waarde vertegenwoordigen. Het toont in elk geval aan dat het mogelijk is om blijvend buiten de lijntjes te zoeken naar oplossingen. Er zijn 3 manieren om oud te worden: ofwel wordt je wijs, ofwel wordt je koppig. Maar de beste manier blijkt meestal de combinatie van de twee. Door Joep Oomen (met de hulp van Peter Webster) Bekijk de videoreportage van het Beyond 2008 forum op Drugreporter van HCLU N.B.ENCOD HEEFT UW STEUN NODIG: Rekeningnr. : 001- 3470861-83 t.a.v. ENCOD vzw - België Bank: FORTIS, Warandeberg 3, 1000 Brussel IBAN: BE 14 0013 4708 6183 SWIFT: GEBABEBB Dit artikel beantwoorden |