ENCOD BULLETIN 67Gepubliceerd op vrijdag 3 september 2010 10:11, door . Gewijzigd op vrijdag 3 september 2010 10:11 Alle versies van dit artikel: [Deutsch] [English] [Español] [français] [italiano] [Nederlands]HET ENCOD BULLETIN OVER DRUGBELEID IN EUROPA NR. 67 SEPTEMBER 2010 TIJD OM HET TE HEBBEN OVER DE ALTERNATIEVEN Als het doel van drugbeleid erin bestaat om giftige stoffen beschikbaar te maken voor iedereen die ze wil gebruiken in een bloeiende vrije markteconomie gecontroleerd door moordzuchtige criminele bendes, is het prima geregeld zoals het nu is. Als de vermindering van drugconsumptie en de beperking van de schade bij verslaving echter het doel is, is het echt wel tijd om het huidige beleid naar de prullenmand te verwijzen. Het is mislukt. Uit: The Guardian We zijn bereid te veronderstellen dat het allemaal begonnen is met goede bedoelingen. Maar vaak is de weg naar de hel geplaveid met goede bedoelingen. Drugbeleid gebaseerd op de strafwet had altijd al schadelijke gevolgen en blijft ook vandaag nog schadelijk, terwijl er eigenlijk nauwelijks positieve kunnen worden aangewezen. Daarom voert ENCOD al campagne voor een radicale koerswijziging in het drugbeleid sinds haar ontstaan. In 2008 begon de Europese Commissie met een grootschalig project om de resultaten van het “wereldwijde drugcontrole systeem” te evalueren. Deze beslissing kwam er omdat bleek dat UNODC (VN-bureau voor Drugs en Criminaliteit) blijkbaar zelf geen plannen had om een onafhankelijke evaluatie van de resultaten van UNGASS 1998 te bestellen. Het resultaat van deze evaluatie, he Rapport over de Wereldwijde Illegale Drugmarkten 1998-2007, ook bekend als het Reuter-Trautmann rapport werd in 2009 vlak voor de jaarlijkse bijeenkomst van de VN Commissie voor Verdovende Middelen bekend gemaakt, waardoor het helaas geen invloed meer had op het verloop van deze vergadering. Het R-T-rapport kan samengevat worden in één zin: het drugverbod is een dure manier om een ernstig probleem erger te maken, en daarnaast nog een aantal nieuwe problemen te veroorzaken. (Precies wat wij en vele anderen al jaren verkondigen.) Je zou verwachten dat de Europese Commissie, de overheid die het rapport besteld had, actief de maatschappelijke discussie rond dit belangrijke rapport zou aanzwengelen. Zo ver als wij weten, is er tot vandaag alleen maar een interne discussie geweest – gevolgd door stilte. Er is geen officiële erkenning van of standpunt over het rapport of tot welke inzichten men er door is gekomen.
In februari 2010, regelde ENCOD een publieke hoorzitting over het rapport in het Europese Parlement met de steun van het Europees Parlementslid Michail TREMOPOULOS. Bij deze gelegenheid sloten wij ons niet alleen aan bij de conclusies van het R-T-rapport, maar voegden wij er ook nog een politieke conclusie aan toe: het is onaanvaardbaar dat het gesprek en zelfs de studie over alternatieve reguleringssystemen voor drugs blijven botsen op het taboe in het politieke halfrond. Het EU drugbeleid is verlamd omdat de EU zich aansluit bij het officiële VN wensbeleid dat zegt dat het verbod de beste manier is om de sociale en gezondheidsrisico’s van drugs tot een minimum te beperken. Bovendien vermijdt de EU angstvallig elke discussie rond alternatieven. Hoe kunnen de internationale conventies worden veranderd? Er bestaat wel wat literatuur over een aantal mogelijkheden. Uit Blueprint for Regulation (2009)van Transform selecteerde ik het volgende idee: Wijzigen, amenderen, opzeggen zijn allemaal officiële manieren om de last van de verdragen af te schudden, maar deze zullen waarschijnlijk niet echt nuttig zijn omdat bijna elk van de lidstaten een arsenaal aan mogelijkheden heeft om deze tegen te werken. Het meest beloftevol is nog deze methode: Volgens de Wet op de Verdragen (1969) zijn verdragen niet langer bindend als de uitgangssituatie grondig is gewijzigd sinds de ondertekening (rebus sic stantibus). Onder Bush, riep de VS deze mogelijkheid in om zich terug te trekken uit de ABM (kernraketten) en ICC (Internationaal Strafhof) verdragen. Het alternatieve standpunt over schadebeperking dat werd voorgelegd bij de CND-vergadering door 26 lidstaten, geleid door Duitsland zou het begin kunnen zijn van een beweging om de verdragen niet meer toe te passen op basis van het ontbreken van een consensus over de basisuitgangspunten van het internationale drugbeleid.
Ook moeten we ons afvragen hoe we gaan praten over alle facetten van dit probleem. Het drugfenomeen heeft immers niet alleen medische of criminologische aspecten, maar ook de sociale, culturele, psychologische, legale, economische, morele, opvoedkundige en andere invalshoeken moeten worden belicht. Met alles moet rekening gehouden worden, maar bij de beslissing over het reguleringssysteem kunnen ze niet allemaal even zwaar doorwegen. Natuurlijk moeten we de vraag stellen hoe diep we moeten graven in de verschillende gebieden en welk belang we hechten aan de specifieke conclusie bij het beslissingsproces. Eén vooroordeel moeten we in deze discussie alvast onderuit halen: het automatisch gelegde verband tussen de schadelijkheid van een stof en de mate of soort van controle moet verbroken worden. Natuurlijk moeten de gezondheidsrisico’s van een stof of een groep stoffen goed bestudeerd worden om te bepalen welk reguleringssysteem best wordt toegepast. Te dikwijls worden deze twee zaken, schadelijkheid en controlesystemen, fout met elkaar geassocieerd – behalve voor de twee meest schadelijke drugs, nl. alcohol en tabak. We kunnen ons niet langer neerleggen bij de weigering om alternatieve methodes en beleid te bespreken. Het is tijd dat de burgermaatschappij, vertegenwoordigd door de organisaties in het [Burgerforum over Drugbeleid in de EU>article508], begint met het debat rond en onderzoek naar alternatieve drugcontrolesystemen. Dit is een oproep aan alle leden van het Burgerforum om mee te doen met dit project. Andere partijen kunnen natuurlijk weigeren mee te werken, maar dat zal ons niet beletten om dit plan uit te voeren. We zijn van mening dat de financiering van dit project door de Europese Commissie een logische stap en een plicht, volgend uit het R-T-rapport. Door: Freek Polak Vind jij dat ENCOD moet blijven deelnemen aan dit forum? Geef alstublieft uw mening in onze enquête: N.B.ENCOD HEEFT JOUW STEUN NODIG: Rekeningnr.: 001- 3470861-83 Att. ENCOD vzw - België Bank: FORTIS, Warandeberg 3, 1000 Brussel IBAN: BE 14 0013 4708 6183 SWIFT: GEBABEBB Dit artikel beantwoorden |