ENCOD BULLETIN 71Gepubliceerd op woensdag 5 januari 2011 01:17, door . Gewijzigd op woensdag 5 januari 2011 01:17 Alle versies van dit artikel: [Deutsch] [English] [Español] [français] [italiano] [Nederlands] [slovenčina]HET ENCOD BULLETIN OVER DRUGBELEID IN EUROPA NR. 71 JANUARI 2011 DIT IS GEEN DIALOOG In de afgelopen weken hebben we liggen worstelen met de vraag of ENCOD al dan niet – en onder welke voorwaarden – moet blijven meewerken aan het EU Burgerforum over Drugbeleid. Dat wij het er moeilijk mee hebben, mag geen verrassing heten. Deze vraag hangt immers zeer nauw samen met de existentiële vraag naar de rol van ENCOD: zijn we een lobbygroep of een politieke beweging? Om daar een antwoord op te vinden, moeten we terug naar de oorsprong van ENCOD. In 1991 startte de Europese Commissie een proces dat zou leiden tot één uniform Europees drugbeleid. Dit idee ontsproot aan het brein van de Franse President François Mitterand die droomde van een Europa dat zelf zijn drugbeleid zou bepalen, onafhankelijk van de Verenigde Staten. Gedurende 2 jaar werd er gesproken met honderden academische experts en organisaties die actief zijn in het drugveld over heel Europa. Tijdens dit proces werd duidelijk dat het noodzakelijk was om het Europese drugbeleid te baseren op bewezen feiten en niet op ideologie om goede ervaringen te herhalen en slechte te vermijden. Een eerste steunpilaar aan feiten zou gerealiseerd worden door het verzamelen en vergelijken van statistisch materiaal. Een tweede werd gezocht in een open en transparante dialoog met de direct en indirect betrokken burgers. In maart 1993 organiseerde de Europese Commissie een seminar in Parijs om tot een Europees platform van niet-gouvernementele organisaties rond drugs te komen. Dit platform diende als tegengewicht te functioneren bij het tot stand komen van het nieuwe EU drugbeleid. De oprichting van ENCOD was het directe gevolg van dit seminar. In november 1993 werd het Europese Monitoring Centrum voor Drugs en Drugsverslaving (EMCDDA) opgericht in Lissabon. Met een jaarlijks budget van ongeveer 10 miljoen euro heeft de EMCDDA sindsdien een groot aantal rapporten geproduceerd met statistisch materiaal over bijna elk aspect van drugs in Europa. Uit deze data kon een belangrijke conclusie worden getrokken: de theorie dat het drugverbod noodzakelijk is om vraag en aanbod te verminderen klopt niet. In landen waar het totaalverbod goeddeels wordt genegeerd, nemen vraag en aanbod niet toe. Integendeel, net in deze landen worden de weinige successen in de strijd tegen drugproblemen geboekt, o.a. door een vermindering van druggerelateerde ziektes en doden.
Ondanks het feitelijk bewijs op EU niveau dat het verbod geen oplossingen biedt voor de drugproblematiek, doet de EU overheid er alles aan om een debat over dit onderwerp te vermijden. Meermaals werd sinds 1993 de intentie uitgesproken, in EU drugstrategieën, actieplannen en andere officiële verklaringen, om werk te maken van een degelijke overlegstructuur met de betrokken burgers. Er is nog altijd geen sprake van een noemenswaardige inspanning om tot dit overleg te komen. Bij de enige twee EU – toppen over drugbeleid waar ENCOD werd uitgenodigd (februari 2000 en mei 2004) werd onze inbreng beperkt tot 5 minuten spreektijd, waarna een aantal regeringsvertegenwoordigers zich openlijk beklaagde omdat de “legaliseringslobby een vrije tribune kreeg”. We besloten toen, met succes, intensief te lobbyen bij het Europese Parlement (EP). In december 2004 keurde het EP een aantal aanbevelingen over de nieuwe EU drugstrategie goed, waaronder de oprichting van een concreet dialoogmechanisme om tot een grotere betrokkenheid van de burgers bij het drugbeleid te komen. Deze oproep werd nog eens herhaald tijdens een openbare hoorzitting die ENCOD organiseerde samen met het EP Comité voor Burgerrechten in mei 2005. Als antwoord op het rapport van het EP schreef Carel Edwards, hoofd van de Anti-Drug Eenheid van de Europese Commissie, op 17 december 2004 dat “de dialoog goed voorbereid en gestructureerd zal starten in 2005. Zonder mezelf vast te pinnen op een datum, zie ik de tweede helft van het jaar haalbaar.."
In januari 2006 organiseerde de Europese Commissie (EC) een conferentie rond "De Burgermaatschappij en Drugs". Ongeveer 60 deelnemers waaronder 17 ENCOD leden, hadden een duidelijke boodschap voor de EC: “Rekening houdend met het grote belang en het impact van het drugfenomeen op het Europese publiek, is er dringend nood aan een stevig plan om tot een ernstige en constructieve dialoog te komen tussen de overheid en burgerorganisaties over het ontwerp en de toepassing van het drugbeleid op nationaal en EU niveau.” Het antwoord van de EC-vertegenwoordiger, Francisco Fonseca, was dat "in 2007 er een budget wordt voorzien om ook de inbreng van burgers en hun organisaties te betrekken bij het Europese drugbeleid en de drugstrategieën." Het eerste deel van deze belofte werd nagekomen: sinds september 2007 mag de Europese Commissie 1 miljoen euro per jaar investeren in de dialoog over drugbeleid met de burgermaatschappij. Het is nog steeds niet duidelijk waaraan dit geld wordt uitgegeven. Het enige zichtbare resultaat van deze budgetlijn is de organisatie van het zogenaamde Burgerforum over Drugbeleid in de EU. Maar wat er tot nu toe gebeurde op de 4 zittingen van dit forum, kan nauwelijks doorgaan voor een dialoog. Om te beginnen, kan je je al veel vragen stellen bij de representativiteit van elk van de 26 organisaties die deelnemen aan het forum. De EC weigert haar motieven bij de selectie van deze organisaties bekend te maken. Dit maakt het onmogelijk om in te schatten wie deze organisaties echt vertegenwoordigen en waarop zij hun verklaringen baseren. Bij sommige van deze organisaties is het onduidelijk of ze leden of interne regels hebben, deze lijken te worden onderhouden door één of twee mensen met toegang tot één exclusieve sponsor.
Het overgrote deel van deze organisaties bestaat uit zogenoemde ‘dienstenleveranciers’, gezondheidsprofessionelen die betaald worden door lokale, nationale of Europese overheden om te voorzien in programma’s die druggerelateerde gezondheidsproblemen behandelen of voorkomen. In die positie ligt het niet in hun aard om overheden in vraag te stellen. Men zou de vraag kunnen stellen in welke mate mensen die afhankelijk zijn van overheidsgeld nog representatief kunnen zijn voor de burgermaatschappij. De overige Burgerforum-leden zijn verdeeld over organisaties die lobbyen voor het behoud van het drugverbod (waaronder sommigen met relaties tot Scientology) en organisaties die ijveren voor de hervorming van het drugbeleid. De EC heeft het Burgerforum zo georganiseerd dat elk debat over de fundamentele koers van het EU drugbeleid wordt vermeden. Elke poging om het debat in die richting te leiden wordt afgeblokt door de vertegenwoordigers van de EC, met de verkaring dat “lidstaten aanvaarden gewoonweg geen aanbevelingen die die richting uitgaan”. Er is nog nooit een vertegenwoordiger van een EU regering aanwezig geweest bij deze zittingen, noch hebben zij ooit enige interesse betoond in de conclusies van het Burgerforum. Natuurlijk valt er niet te klagen over de accommodatie voor de Burgerforum-zittingen (van 1,5 dag). Deelnemers reizen ook eersteklas naar Brussel, verblijven in hotelkamers aan 250€ per nacht en krijgen mooie forumfolders op duur papier. Maar de aangename omgeving is geen compensatie voor de uitzichtloosheid op een samenhangende verklaring vanwege het Burgerforum over welke richting het uit moet met het Europese drugbeleid, laat staan dat we ooit in de buurt van een echte dialoog kunnen komen.
De zittingen van het Burgerforum kosten ongeveer 50.000 euro per keer. Dit wil zeggen dat de afgelopen 4 jaar 950.000 euro, bedoeld voor de organisatie van het Burgerforum, besteed werd aan andere zaken. De EC heeft dit nog onvoldoende kunnen uitleggen. Eén van de andere doelen was de organisatie van een zogenaamde Europese Actie over Drugs, een propaganda campagne om Europese burgers te waarschuwen voor de gevaren van drugs, enkel gemaakt op verzoek van regeringen, zonder enige inbreng van het Burgerforum. Bij verschillende gelegenheden heeft ENCOD om uitleg gevraagd bij de Anti-Drug Eenheid van de EC over de toekomst van de opgezette dialoogstructuur. Tot vandaag kregen we hierop geen antwoord, afgezien van de mededeling "de EC heeft maar een beperkt mandaat om zich te mengen in het wereldwijde drugbeleid. Lidstaten kunnen autonoom beslissen welk drugbeleid ze uitstippelen." Nu is het bijna 20 jaar geleden dat het idee over een Europees drugbeleid werd geboren. Terwijl uit de gegevens duidelijk blijkt dat het beleid een andere basis moet krijgen dan het totaalverbod, hebben EU instellingen zich tot het uiterste ingespannen om het status quo veilig te stellen en elk debat te vermijden. Er is geen hoop op verbetering met het Burgerforum in de huidige vorm, zonder transparantie over selectiemethode, structuur, financiering, doel en verwachte impact op het EU drugbeleid. Als we blijven meewerken in deze omstandigheden, riskeren we medeplichtig te worden aan het ‘consultatietoneel’ waarmee de EC kan beweren dat de rechtstreeks en onrechtstreeks betrokken burgers hun inspraakmoment hebben gekregen. Uiteindelijk blijkt in realiteit dat het Burgerforum een dure manier is om de burgermaatschappij, “vertegenwoordigd” door deels namaak-organisaties en gezondheidsprofessionals op zoek naar EU subsidies, te vertellen dat hun bijdrage geen enkele impact zal hebben op het drugbeleid.
Ondertussen is ENCOD de laatste jaren gegroeid van een lobbygroep van enkele NGO’s naar een beweging van mensen die het drugverbod concreet willen aanvallen in woord en in daad. In een vergadering van het ENCOD bestuur eind december beslisten we de knoop over onze deelname aan het Burgerforum door te hakken op de Algemene Vergadering van ENCOD in juni 2011. We werken ondertussen aan een lijst met pro’s en contra’s bij de beslissing die we aan de leden zullen verspreiden in de lente zodat iedereen een geïnformeerde beslissing kan nemen in deze kwestie. De grote vraag blijft hoe we op het nationale regeringsniveau kunnen worden gehoord. Na de Hoorzitting in het Europese Parlement van 8 december weten we immers dat we vanuit EU geen tegenstand moeten vrezen als een nationale overheid de volgende stap neemt bij de hervorming en versoepeling van het verbod op drugs. Daarvoor is er een gecoördineerde strategie nodig tussen ENCOD en haar leden. Laat dat ons goede voornemen zijn voor 2011. Gelukkig Nieuwjaar! Door Joep Oomen (met de hulp van Peter Webster) N.B.ENCOD HEEFT JOUW STEUN NODIG: Rekeningnr.: 001- 3470861-83 Att. ENCOD vzw - België Bank: FORTIS, Warandeberg 3, 1000 Brussel IBAN: BE 14 0013 4708 6183 SWIFT: GEBABEBB Dit artikel beantwoorden |