Encod.org
Map


GOLD MEMBERS


RED MEMBERS


GREEN MEMBERS

Petr Konecny
Cannabis Cura Sicilia
Alberto Saint Cort
NORML FRANCE
A.C.C. IPANEMA
Cannabis Social Club - Bozen
Bill Griffin
Enecta C.V.
SeedMarket.com
LA MACA
NEWSWEED
DINAFEM
IRKA
SANTYERBASI GROWSHOPS
ZRK.SI - Cannabis regulation institute Slovenia
MEDICINAL STAR’S
ALBO SHANTI
FIELDS OF GREEN FOR ALL
CIRCULO SECTORIAL CANNABICO
ARGE CANNA
Sensi Seeds
Asociacion Cannabica 4/20
COL.CAN.CAN
Bart B
OVERGROW.IT
GROWERLINE
CANAPA INFO POINT
Manuel Fernandez
LEOLED GROW LIGHTS
Marco Moscatelli
Associazione Culturale Tuanis - Canapamundi
Andrej Kurnik
Hanfinstitut
TREE OF LIFE - AMSTERDAM CANNABIS SOCIAL CLUB
Francis Costelloe
High Supplies - Cannabis Seeds Shop
PARADISE SEEDS
Patrick Firnkes
Assonabis
Coffeeshop Pink
Asociación Hempower
Tricomaria.com
FAC
DOUG FINE

MEMBERSHIP / view all

 
Gepubliceerd op 2 maart 2016  door Martin Veltjen

Encod Bulletin 133

ENCOD BULLETIN OVER HET DRUGBELEID IN EUROPA

MAART 2015

Drugbeleid, Drugsverbod en menselijke waardigheid



Alle versies van dit artikel: [English] [italiano] [Español] [Português] [Nederlands] [Deutsch]




Online bekijken : Encod

In de loop der jaren verandert de populariteit van de meest gebruikte drugs. Op zijn beurt verandert hierdoor de cultuur, het gedrag en het milieu van de gebruikers. Ook de manier hoe een maatschappij (sommige) drugs bekijkt wijzigt. Maar één ding is hetzelfde gebleven sinds 1950: de politieke keuze om de drugkwestie aan te pakken vanuit een verstijfd verbodsperspectief. Nochtans wordt het falen van de verbodsstrategie wereldwijd erkent.

De laatste decennia is het aantal consumptielanden toegenomen, evenals de kwantiteit van de verschillende gebruikte middelen, het aantal druggebruikers (gelegenheidsgebruikers, regelmatige gebruikers en chronische gebruikers) en de verdeelpunten (tot op het punt dat drugs de meest alomtegenwoordige handelswaar is geworden, overal en altijd beschikbaar, voor wie de markt goed genoeg kent).

De vraag dringt zich dan ook op of er een alternatief denkbaar is voor het falen van de verbodsstrategie, een alternatief dat het fenomeen benadert vanuit het perspectief van het individuele lijden en de maatschappelijke kost. Om deze vraag ten gronde te beantwoorden moeten we de sloganeske antwoorden laten voor wat ze zijn en de kwestie logisch en in heldere bewoordingen onderzoeken.

Een eerste bedenking plaatst ’de wet’ in een historisch perspectief. De (Italiaanse) wetgeving rond drugs en hun gebruik voorzag in eerste instantie niet in het strafbaar stellen van het persoonlijk gebruik van drugs (artikel 396 van 18 februari 1923, een eerste reguleringspoging voor de kwestie bevatte wel een sectie ’Maatregelen voor de bestrijding van de handelsmisbruiken bij middelen met een verdovende werking’), maar bestrafte wel – eerder mild – de “consumptie in groep” en de “onwettige handel”. In 1938 werd dit hoofdstuk, weliswaar onder impuls van de heersende autoritaire, fascistische ideologie, uitgebreid met de introductie van de misdaden “clandestiene handel in verdovende middelen” en “crimineel faciliteren van gebruik en verkoop aan minderjarigen tot 16 jaar door apothekers”. Het persoonlijk gebruik bleef echter buiten schot en werd enkel als overtreding strafbaar gesteld – in artikel 729 dat ondertussen werd opgeheven – voor diegenen die werden “betrapt op een openbare plaats of in privékringen onder zware psychische invloed van het misbruik van verdovende middelen”.

Druggebruik, niet enkel door de elite (de gekende “letterati e farmacisti” – geletterden en apothekers), maar ook in de andere lagen en sociale klassen van de bevolking, werd getolereerd en was in feite een deel van de heersende cultuur. Deze onverschilligheid vanuit de instellingen resulteerde enkel in (bescheiden) repressief ingrijpen als de druggebruiker de openbare orde schond of derden zou lastigvallen.

In essentie verschilde de drugwet nauwelijks van de regels die golden voor alcohol waarbij de verkoop aan minderjarigen en alcoholmisbruik (art. 688 van dezelfde codex) ook strafbaar gesteld werden, maar enkel als er sprake was van “vervelende dronkenschap” (te begrijpen als vervelend voor anderen). De sociale omstandigheden en de verspreiding van verdovende middelen verschilden in de eerste helft van de vorige eeuw substantieel tegenover de situatie vandaag, maar de aard van de overheidsbemoeienis was, zelfs tijdens autoritaire periodes en in paternalistische samenlevingen, eigenlijk het tegengestelde van bestraffend interveniëren.

De verbodsstrategie als samenhangend geheel met een doel moet, ook historisch, geëvalueerd worden zoals elke andere strategie. De behaalde resultaten moeten afgewogen worden tegen de bescherming van individuele rechten en de openbare veiligheid. Zoals eerder aangehaald, blijkt telkens uit deze evaluatie duidelijk dat de resultaten van de drugverbodsstrategie jammerlijk falen op beide vlakken. Toch blijft men deze vaststelling negeren, en vaak versterkt men nog het verbod en de straffen of tegenstrijdige interventies, zoals met de introductie van een soort ondoordacht “strafrecht van de uiterlijke schijn”. Artikel 73, 1bis, a van de enkelvoudige tekst over verdovende middelen, gewijzigd door wet nr. 49/2006 voorziet de strafbaarheid van het bezit (en verwant gedrag) van “verdovende middelen of psychotrope substanties die door hoeveelheid, uitzicht of andere uiterlijkheden de indruk geven bestemd te zijn voor ander dan exclusief persoonlijk gebruik”. Zodoende wordt de strafrechterlijke relevantie herleid tot de uiterlijke schijn en niet de eigenlijke feiten.

Strikt genomen start deze visie vanuit een volledig ideologisch vooroordeel, waarbij ’goed’ en ’kwaad’ axiomatisch worden gedefinieerd. Drugs en druggebruik zijn per definitie ’kwaad’. Het hoeft geen betoog dat in deze dualistische doctrine geen ruimte is voor de evaluatie van de effecten op mensen, wiens subjectiviteit en waardigheid wordt ontkent, herleid tot achtergrond acteurs in een kruistocht zonder gezicht of ziel. De gewapende vleugel in deze ideologische oorlog is de strafrechtelijke repressie die zich op zijn beurt baseert op de foute en verlammende veronderstelling dat verbieden gelijk staat met voorkomen en dat de dreiging en praktijk van bestraffing zo goed als automatisch leiden tot een vermindering van “afwijkend” gedrag (in dit geval, het middelengebruik).

Als we de ideologie achterwege laten en kijken naar de feiten, wordt de zoektocht naar alternatieve interventiemethoden niet langer een optie maar een noodzaak. Deze noodzaak biedt perspectief aan experimenteren en ruimte voor een aanpak die niet uitgaat van de ’verlossing van het kwaad’ maar redelijk blijft, onderworpen aan rigoureuze verificatie en controle volgens de gekende werkwijze van wetenschappelijk onderzoek en sociale actie. Op het vlak van drugbeleid komt dit concreet neer op het streven naar “schadebeperking”, zijnde een beleid gericht op het beheersen van de risico’s verbonden aan het gebruik van psychoactieve stoffen door verschillende soorten tussenkomsten (van naaldenruil tot gecontroleerd gebruik, om de bekendste bij naam te noemen).

Een pragmatische strategie, geen overgave, zal de volgende jaren doorgroeien naar een waar sociaal beleid dat de culturele keuze aan de basis van het verbodsdenken (het streven naar onthouding door straffen en sociale uitsluiting) omver kan werpen. Ze stelt een inclusieve visie voorop die enerzijds verantwoordelijke individuele keuzes (inclusief het stoppen met middelengebruik) bepaalt en mogelijk maakt, en anderzijds de drempel voor maatschappelijke tolerantie ten opzichte van druggebruik verlaagd. De directe gevolgen van een drugstrategie – het kan niet genoeg benadrukt worden – gaan in de eerste plaats over mensen (niet over de middelen) en door voorrang te geven aan hun waardigheid en rechten, zal het zwaartepunt van het overheidsingrijpen verschuiven van de strafwet naar een beleid met als doel de (volks)gezondheid.

Door Livio Pepinoo

Livio Pepino was rechter bij het Italiaanse Hof van Cassatie en lid van Hoge Raad van Rechters, de zelfbestuursorganisatie van de Italiaanse rechters. Hij was co-directeur van het tijdschrift ’Narcomafie’ van Gruppo Abele, een Italiaanse liefdadigheidsorganisatie, advocaat-generaal in Turijn en auteur van verschillende boeken en artikels over de maffia, drugverslaving en sociale stigmatisatie.

NIEUWS VAN HET SECRETARIAAT

De komende maand zal een Encod delegatie deelnemen aan de jaarlijkse vergadering van de VN - Drugscommissie in Wenen en bereiden we ons voor op UNGASS (zie hieronder)





Share |



Dit artikel beantwoorden


The European Coalition for Just and Effective Drug Policies, is a pan-European network of currently 160 NGO’s and individual experts involved in the drug issue on a daily base. We are the European section of an International Coalition, which consists of more than 400 NGOs from around the world that have adhered to a Manifesto for Just and Effective Drug Policies (established in 1998). Among our members are organisations of cannabis and other drug users, of health workers, researchers, grassroot activists as well as companies.


E-mail Secretariat: office (at) encod.org Privacy: Updated August 2017
© Encod.org 2014 :: Design by: Navetrece.com