Nederlands
Volledige site
Cannabis Social Club
Encod.org
European Coalition for Just and Effective Drug Policies (ENCOD)
Secretariat: Lange Lozanastraat 14 - 2018 Antwerpen - Belgium
Tel: +32 (0)3 293 0886
E-mail: office@encod.org

Beginpagina > Nederlands (nl) > NIEUWS > 2007 > PLEIDOOI VOOR SOEPELER DRUGSBELEID

PLEIDOOI VOOR SOEPELER DRUGSBELEID

published woensdag 12 december 2007 11:27, door encod . update maandag 14 januari 2008 23:54

Alle versies van dit artikel: [English] [Nederlands]

Bron: de Volkskrant

12 december 2007

Door: Bert Lanting


BRUSSEL - Premier Jan Peter Balkenende moet het met andere landen zien eens te worden over nieuwe internationale drugsverdragen. De verdragen uit de jaren zestig belemmeren Nederland om het softdrugsbeleid in eigen land verder te versoepelen.

Die oproep doet een aantal (oud-) politici aan premier Balkenende. Onder de ondertekenaars van de brief zijn oud-premier Dries van Agt, oud-minister van Volksgezondheid Els Borst en burgemeester Gerd Leers van Maastricht.

Zij vinden het huidige cannabisbeleid niet meer geloofwaardig en effectief. Pleidooien om naast het gebruik van cannabis ook de productie en de bevoorrading van coffeeshops te gedogen, werden door Nederlandse regeringen altijd afgewezen met een beroep op internationale verdragen. Dus is het hoog tijd die verdragen dan maar eens aan te passen, aldus de redenering van de ondertekenaars van de brief aan Balkenende.

Onder hen bevinden zich ook de burgemeesters Ruud Vreeman (Tilburg) en Thom de Graaf (Nijmegen), Europarlementariër Kathalijne Buitenweg (GroenLinks) en de korpschefs uit de regio’s Limburg Zuid en Midden- en West Brabant.

In 2008 houden de Verenigde Naties een conferentie over het drugsbeleid. ‘In 1998 spraken de landen in VN-verband af dat de wereld in 2008 drugsvrij moet zijn. De repressieve aanpak heeft volledig gefaald. Het is duidelijk dat we in 2008 voor een nieuwe aanpak moeten kiezen’, aldus Europarlementariër Buitenweg.

Resolutie Invitational Conference Cannabisbeleid.

31 oktober 2007 te Den Haag

De aanwezige genodigden, afkomstig uit een brede vertegenwoordiging uit de politiek, het bestuur, justitie, politie en deskundigen zijn, op 31 oktober 2007 in Den Haag bijeengekomen om uiting te geven aan de dringende behoefte om een einde te maken aan de negatieve consequenties van het gedoogbeleid rondom de verkoop van cannabis.

Vastgesteld is dat veel landen in de wereld vaak overeenkomstige negatieve consequenties ondervinden wat betreft het eigen cannabisbeleid.

Dit betekent dat in gezamenlijkheid moet worden gezocht naar internationaal-rechtelijke aanpassingen van het huidige internationale verdragsstelsel dat een verdere ontwikkeling van het nationale cannabisbeleid in de weg staat.

Bepleit wordt dat Nederland samen met andere landen gaat streven naar een wijziging van dit internationale rechtskader, teneinde te komen tot een meer geloofwaardig, niet enkel op repressie gebaseerd, en effectief alternatief voor het huidige cannabisbeleid op nationaal niveau.

De ondertekenaars van deze resolutie,

I. stellen vast dat het huidige cannabisbeleid :

a. gebaseerd is op een internationaal rechtskader uit de jaren 60 van de vorige eeuw dat niet geschikt is om de hedendaagse problemen aan te kunnen pakken, waardoor een verdere ontwikkeling van het beleid stagneert;

b. gevoerd wordt op basis van een gedoogbeleid waarbij gebruik gemaakt wordt van de ruimte die het internationale rechtskader biedt; dat dit gedoogbeleid een weliswaar praktische maar tegelijk ook een tijdelijke oplossing is omdat langdurig gedogen de geloofwaardigheid van de overheid aantast;

c. inconsistent en daarom moeilijk aan de burger uit te leggen is; zo wordt het gebruik en de verkoop van kleine hoeveelheden in de praktijk toegestaan, maar worden productie en grootschalige handel vervolgd; ook is de verhouding tot het beleid ten aanzien van middelen met een vergelijkbaar gezondheidsrisico zoals bij alcohol en tabak inconsistent;

d. op een aantal punten ineffectief is: tegenover de positief te evalueren aspecten zoals de scheiding der markten (soft en hard drugs) en het terugdringen van het criminele aandeel in de kleinhandel, zijn er geen wettelijke mogelijkheden om de kwaliteit van cannabis te controleren (THC-gehalte, vervuiling) en om andere maatregelen ter beperking van de gezondheidsschade te nemen; verder zijn de criminele winsten in de groothandel en de productie nog steeds groot en stimuleert het huidige beleid de thuisteelt;

e. tot een zware bestuurlijke en justitiële last leidt en tot voortdurende kritiek van sommige landen en van controle instanties van de VN,

II. stellen voorts vast dat:

a. de pogingen, ondernomen door het Nederlandse Parlement en lokale bestuurders om de inconsistentie in het huidige gedoogbeleid op te heffen door naast de verkoop ook de productie van cannabis en de bevoorrading van de coffeeshops te gedogen, door achtereenvolgende regeringen zijn afgewezen om redenen van strijdigheid met internationale afspraken;

b. er daarom een internationaal debat moet plaatsvinden om de mogelijkheden te verkennen van een internationaal rechtsregime dat meer ruimte laat aan nationale overheden om een consistent beleid ten uitvoer te brengen;

c. steeds meer landen de behoefte voelen om het eigen beleid te herijken ten behoeve van betere bescherming van de volksgezondheid en ter bestrijding van de georganiseerde criminaliteit;

d. cannabis overal geproduceerd en verhandeld wordt en wereldwijd meer dan 170 miljoen gebruikers kent, wat duidelijk maakt dat productie, handel en beschikbaarheid van cannabis een gemeenschappelijk probleem is;

e. de 10-jaar evaluatie van de 1998 UNGASS over drugs en de daaraan gewijde Ministeriële vergadering begin 2009 een uitgelezen kans biedt om deze problematiek internationaal aan de orde te stellen,

III: roepen de regering derhalve op om:

a. een internationaal debat met andere geïnteresseerde landen op gang te brengen ten einde te komen tot een geloofwaardig en effectief alternatief voor het huidige cannabisbeleid;

b. actief te bevorderen dat samen met deze landen voorstellen geformuleerd worden die in het kader van de komende UNGASS-evaluatie aan de orde gesteld kunnen worden;

c. daartoe de benodigde menskracht en financiële middelen ter beschikking te stellen.

Den Haag , 31 oktober 2007

mr. A.A.M. van Agt, minister-president van 1977 tot en met 1982

dr. E. Borst-Eilers, oud-minister van VWS

drs. A. Apostolou, oud-kamerlid

Kathalijne Buitenweg, europarlementariër voor GroenLinks

mr. R. Dufour, voorzitter van de Stichting Drugsbeleid

drs. G.B.M. Leers, burgemeester Maastricht

dr. R.L. Vreeman, burgemeester Tilburg

mr. Th. C. de Graaf, burgemeester Nijmegen

J.A.H. Lonink, burgemeester van Terneuzen

dr. J.P. Rehwinkel, burgemeester Naarden

W.J.M. Velings MOI, Korpschef Politie regio Limburg Zuid

F.J. Heeres MPSM, Korpschef Politie regio Midden- en West Brabant

mr. A.D.J. Keizer, voormalig beleidsambtenaar Ministerie van VWS

mr. drs. V. Everhardt, Drugs- en alcoholpreventie deskundige

drs. M. Jelsma, Drugs & Democracy Programme, Transnational Institute

Dit artikel beantwoorden

Overzicht van de site | Privé-site SSL NO SSL | WebMail SSL NO SSL | SPIP | Valid XHTML 1.0 Strict in before story authors that
in before story authors that
in before story authors that
in before story authors that